Ontwerp stedenbouwkundig plan

EVA-Lanxmeer
EVA-Lanxmeer
buitenruimte Lanxmeer
geomorfologie Lanxmeer
archeologische vindplaatsen Lanxmeer
met gezamenlijke binnentuinen in EVA-Lanxmeer
Eva-Lanxmeer

Ontwerp stedenbouwkundig plan

Door BügelHajema werd een stedenbouwkundig raamwerk voor de ruimtelijke ontwikkeling van EVA-Lanxmeer opgesteld, op basis van ruimtelijke modellen en het eco-raamwerk van de sporen energie, water, landschap en mobiliteit. Daarna werd het stokje overgedragen aan Bureau Econnis die in samenwerking met Copijn Utrecht Tuin- en landschapsarchitecten het landschappelijk stedenbouwkundig plan voor de wijk EVA-Lanxmeer hebben ontworpen. 

Bouwstenen Stedenbouwkundige vormgeving

Doelstellingen van het plan zijn een integraal waterbeheer, verbinden van ecologische zone’s, integratie van landschap en architectuur, het bevorderen van sociale cohesie en betrokkenheid van bewoners. Vooral drie uitgangspunten hebben de stedenbouwkundige vormgeving bepaald.

  • De Genius Loci: eigenschappen en kwaliteiten van de plek
  • Een verkavelingvorm die sociale kontakten stimuleert
  • Een zonering van de buitenruimte volgens principes uit de permacultuur

 

Genius Loci, locatie onderzoek door Bureau RAAP en de Vlinderstichting

Het plangebied voor EVA-Lanxmeer ligt op de Schoonrewoerdse stroomrug, bekend door de vele archeologische vindplaatsen. Het is een historisch bewoningsgebied in het dynamische rivierenlandschap. Onder andere door de wat hogere ligging, op elkaar kruisende stroomruggen en door de zanderige ondergrond was het gebied al vroeg geschikt voor bewoning. Kaarten uit rapport van Bureau RAAP geven een impressie van de cultuurhistorische situatie. Diverse vindplaatsen van sporen uit de Bronstijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen staan erop aangegeven. Uit onderzoek van de Vlinderstichting naar de ecologische potenties van het gebied blijkt dat de ecologische waarde op dat moment nog vrij beperkt was, vooral door jarenlang agrarisch gebruik, maar dat het een hoge potentie heeft voor ecologische ontwikkeling vooral dankzij de aanwezigheid van kalkrijke zandlagen in de ondergrond. 

Verkavelingsvorm

Door openbare voorkanten en privé-achterkanten in een hofvorm te situeren, ontstaat een gebied dat noch openbaar, noch privé is. Het is tegelijkertijd voor- en achtertuin en daarmee een plek waar mensen elkaar snel tegenkomen. Dit wordt versterkt door een gemeenschappelijk ontwerp en beheer van de binnenhoven. De hoven zijn het collectieve eigendom van de omwonenden. Deze hofstructuur geldt vooral voor het plangebied met vier binnenhoven aan de noordkant van het waterwingebied. Aan de zuidkant zijn de gemeenschappelijke tuinen op gelijkwaardige wijze aangelegd, maar in een andere stedenbouwkundige opzet. 

Zonering van de buitenruimte

Door bureau De Waard Eetbaar Landschap is een invulling van de buitenruimte in vier zones voorgesteld.

  • Zone 1: privé terrein in de de directe omgeving van gebouwen
  • Zone 2: gemeenschappelijke buitenruimte
  • Zone 3: intensief gebruikte openbare ruimte, parkachtig
  • Zone 4: stadslandbouw met educatieve en sociale functies

In het plan is er naar gestreefd om de verschillende zones wel te onderscheiden, maar niet strikt van elkaar te scheiden met harde afscheidingen. Er is gezocht naar elementen die zowel overgangen kunnen markeren als verbindingen kunnen leggen, zoals water, voetpaden, groenstroken en hagen.  Hierdoor is een samenhangend groen netwerk ontstaan van privé tuinen, gemeenschappelijke terreinen en hoven die door bewoners gezamenlijk ontworpen zijn, een openbaar gebied en de stadsboerderij. Centraal in de wijk ligt het beschermde waterwingebied van waterbedrijf Vitens. Een openbaar pad door het gebied verbindt de twee woongebieden van EVA-Lanxmeer.

De belangrijkste bouwstenen van het stedenbouwkundig plan zijn:

  • Nieuw geïntroduceerde waterstructuren door herstel van de historische kreek op de stadsboerderij parallel aan de Rijksstraatweg en het riviertje de Meer, en door het uitgraven van een oude rivierbedding: een arm van de Lek, die hier 3000 jaar geleden heeft gestroomd.
  • De aanwezige strokenverkaveling wordt ervaarbaar gemaakt en gehouden door nieuw aan te planten en te handhaven landschappelijke hagen. De bestaande meidoornhagen vormen daarbij de basis voor wadi’s. Wadi’s zijn brede, ondiepe greppels voor infiltratie van regenwater.
  • Twee archeologische vindplaatsen van woonplekken uit de bronstijd. De woonplekken zijn in de zuidoosthoek van het gebied zichtbaar gemaakt.
  • Behoud van de belangrijkste hoogstamboomgaarden in het gebied.
  • De stedenbouwkundige structuur vormt een samenhangend geheel voor wonen, werken en bijzondere voorzieningen. Bewust zijn ook mengvormen gerealiseerd tussen wonen en werken. 
  • Centraal in de planvorming staat de integratie van het terrein van het waterbedrijf. De vormgeving van het plan is erop gericht dat het beschutte waterwingebied niet als een geïsoleerd element wordt ervaren, maar juist een sterke ruimtelijke relatie heeft met de omringende bebouwing en met de stadsboerderij.
  • Gezien het belangrijke educatieve aspect dat een rol speelt in het plan, is ook bijzondere aandacht besteed aan de integratie van de bestaande school Lek en Linge. Aan de zuidwest zijde grenst deze school nu aan het ecologisch meest waardevolle gedeelte van het totale plangebied. Aan de noordoost zijde grenst de school aan een helofytenfilter.
  • Mede door de ontoegankelijkheid van het waterwingebied vormde dit gebied altijd een barrière met betrekking tot een doorgaande fietsroute naar de aangrenzende woonwijken naar het station. In het plan is de realisatie van aantrekkelijke fietsroutes door het gebied naar het station een belangrijk uitgangspunt.
  • Een verdere ontwikkeling van bebouwing langs het spoor staat los van de realisatie van het stedenbouwkundig plan van de wijk EVA-Lanxmeer. Het realiseren van een geluidswerende voorziening is van belang in relatie met nog te ontwikkelen bebouwing nabij het spoor.