Co-productie

Co-productie

Het EVA Concept van Stichting EVA viel in goede aarde bij gemeente Culemborg, die al jaren een vooruitstrevend duurzaamheidbeleid voerde maar ook vernieuwend beleid in sociale woningbouw en het groenbeheer. Gesprekken in 1995 met ir. Jan Goed, directeur van de Sector Ruimte, wethouder Jean Eigeman en het College van B&W, resulteerden begin 1996 in een samenwerking tussen gemeente en stichting die 8 jaar heeft geduurd. De ontwikkeling van de wijk EVA-Lanxmeer vond plaats in gezamenlijk opdrachtgeverschap van gemeente Culemborg en Stichting EVA. Naast de rol van ontwikkelaar van het EVA Concept en adviseur van de gemeente vormde de stichting een scharnier  tussen ‘top-down en bottom-up’. Een groep van 80 belangstellenden en potentiële bewoners had zich al bij de stichting aangemeld. De eerste jaren – totdat het bestemmingsplan definitief was gewijzigd, was de stichting verantwoordelijk voor het onderhouden van contacten met belangstellenden, als ook met de provinciale en landelijke overheid.  De samenwerking startte met de oprichting van de Projectgroep EVA-Lanxmeer, bestaande uit directeur en medewerkers van de Sector Ruimte, bestuursleden van de Stichting EVA en de wethouder milieu. Tevens werd een externe projectleider ir. Hein Struben aangetrokken. Daarnaast werd een Werkgroep Coördinatie aangesteld met medewerkers van de dienst Civiele techniek. Als eerste werd door de projectleider in samenwerking met de stichting een plan van aanpak opgesteld. In november 1996 is dit plan van aanpak door de gemeenteraad goedgekeurd.  

Doelstellingen co-productie

Doel van de co-productie was om in gemeenschappelijk opdrachtgeverschap een ecologische en duurzame woonwijk te realiseren, waarbij bewoners een grote mate van invloed hebben op hun eigen leefomgeving. Het vernieuwende project zou een inspiratiebron voor andere gemeenten zijn en een aanzet geven tot innovatief denken binnen de eigen gemeentelijke organisatie. Om het project mogelijk te maken heeft de gemeenteraad een extra ontwikkelingsbudget beschikbaar gesteld voor een verkennende fase. Als locatie is gekozen voor het gebied Lanxmeer, tegenover het station en rondom het waterwingebied van Culemborg, dat grotendeels in bezit was van de gemeente, en begin jaren negentig beschikbaar was gekomen voor bebouwing. Landschap, stedelijk groen, wonen, werken, hoofdwegen en openbaar vervoer komen in Lanxmeer samen. Een locatie die ideaal was voor het realiseren van de gezamenlijke doelstellingen.

Ondersteuning planontwikkeling door provincie Gelderland

Essentieel in de startfase was de ondersteuning van provincie Gelderland, door toekenning van een extra contingent van 200 woningen aan gemeente Culemborg, speciaal om de planontwikkeling van Lanxmeer mogelijk te maken. Door een joint-venture met een lokale aannemer voor ontwikkeling van de wijk Parijsch, waar 2100 woningen zouden worden gebouwd, had Culemborg geen planologische ruimte meer voor ontwikkeling van de locatie Lanxmeer. Zelfs na onderhandeling met de provincie kwam de gemeente nog 800 woningen te kort. Het ‘project EVA-lanxmeer’ leek nog vòòr de start te zullen sneuvelen. Na overleg met de Projectgroep bood de stichting aan om het EVA project aan de provincie voor te leggen, in de hoop vanuit ‘de pot bijzondere projecten’ ondersteuning te krijgen. De provincie, net gestart met het opstellen van een nota ‘Duurzame stedelijke ontwikkeling’ was enthousiast over de plannen voor Lanxmeer en verleende het benodigde extra contingent. Voorwaarde was dat 200 woningen vanaf 1998 in 4 jaar gebouwd zouden worden. 

In voorjaar 1996 werd BügelHajema, adviesbureau voor ruimtelijke ordening en milieu geselecteerd voor het opstellen van een stedenbouwkundig programma van eisen en is een start gemaakt met de wijziging van de agrarische bestemming van het gebied naar woonbestemming. 

Goedkeuring gemeenteraad – start interdisciplinair ontwerpproces stedenbouwkundig plan

Na goedkeuring van het plan van aanpak door de gemeenteraad in november 1996 kon het ‘echte karwei’ beginnen. Wethouder Eigeman verzocht de stichting een voorstel in te dienen voor de organisatie van het interdisciplinaire ontwerpproces. Integrale ontwikkeling van een gebied vergt medewerking van meer disciplines dan gangbaar is binnen een gemeentelijke dienst. Jan Goed stelde voor om de grote groep belangstellenden op de een of andere manier bij het proces te betrekken. Hij stelde: 'Wanneer wij participatie van bewoners en gebruikers hoog in het vaandel hebben, kunnen we deze groep niet enkele jaren laten wachten, maar moeten ze een plek krijgen in het planproces.' In het  schema voor de planning van het ontwerpproces zijn deze belangstellenden opgenomen als vertegenwoordigers van een extra discipline, namelijk als woondeskundigen. 

Bijdrage VROM voor participatietraject bij voorbereiding stedenbouwkundig plan

Minister De Boer toonde grote interesse voor het EVA Concept, onder andere voor het betrekken van toekomstige bewoners bij hun leefomgeving. Eind 1996 was bij VROM/RPD nog subsidie beschikbaar. Op uitnodiging van VROM diende de stichting een voorstel in voor de organisatie van enkele workshops met circa 60 belangstellenden. Tijdens de eerste workshop werden alle thema’s uit het EVA Concept door de experts gepresenteerd. In twee volgende workshops werd de groep gevraagd om hun eigen ideeën en wensen te tekenen en te beschrijven, ter inspiratie van het ontwerpteam. Een selectie van teksten en tekeningen werd in een bewonersbrochure gebundeld. Tijdens het 1e Stedenbouwkundig Atelier in Land en Bosch heeft een delegatie van drie ‘bewoners’ deze brochure aan alle betrokken partijen aangeboden. De kwaliteit, inspiratie en betrokkenheid, die uit deze brochure sprak, maakte indruk op alle deelnemers.