EVA Lanxmeer
Stichting EVA
Ontwikkelingen
Kennisplatform
Contact

Milieu

Printversie   

Energie


Energie en Installaties

Energie speelt in het planconcept een belangrijke rol. Uitgangspunten voor de hele wijk zijn geweest:

  • een maximum gebruik van per woning van 40 GJ aan fossiele energie per woning (15 GJ voor ruimteverwarming en warm tapwater, 25 GJ voor installaties en huishoudelijk gebruik)
  • voor bedrijfsgebouwen en kantoren een EPC waarde van maximaal 50% van de algemeen geldende norm voor U-bouw (dit is vergelijkbaar met het energie criterium voor de woningen)
  • geen mechanische ruimtekoeling
  • toepassen van huishoudwater (geen drinkwater) als bron voor verwarming en koeling (collectief net).

Uitgangspunt voor het energieconcept van de woningen en gebouwen is de trias energetica:

  • voorkom onnodig gebruik
  • gebruik duurzame / eindeloze bronnen
  • gebruik eindige bronnen verstandig.

Dit betekent:

  • beperken van de energievraag door een goede isolatie, kierdichting, voorkomen van koude bruggen, warmteterugwinning en lage temperatuursystemen zoals wandverwarming
  • gebruik van zonne-energie door oriëntatie van de woonkamers op de zon, het gebruik van zonne-energie voor verwarming en warm tapwater en het gebruik van zonnecellen (PV) voor het opwekken van elektriciteit
  • gebruik van windenergie (voorbereid)
  • verstandig gebruik van eindige bronnen door toepassen van hoogrendement ketels, warmtepompen en warmte/kracht koppeling.

De woningen hebben een hoog isolatieniveau. Van de meeste woningen is de EPC waarde ongeveer 0,7. De kaswoningen hebben een EPC waarde van 0,51. Wandverwarming is het meest voorkomend lage temperatuur systeem.
Voor ventilatie is een gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning aangebracht in combinatie met natuurlijke toevoer van ventilatielucht door roosters in de gevels in de zomer. De bewoner kan de toevoer van de gebalanceerde ventilatie dan afschakelen waardoor alleen de mechanische afvoer gehandhaafd blijft en lucht via de roosters in de gevels wordt toegevoerd.

EVA-Lanxmeer is in verschillende fasen gebouwd. In 55 woningen van de eerste fase (Nesciohof en Vasalishof) zijn individuele zonneverwarming installaties (zonnegas combi) toegepast met aardgas als aanvullende warmtebron. Dit geldt ook voor de kaswoningen en enkele vrijstaande woningen. De zonneverwarming installaties zorgen ook voor warm tapwater. De huurwoningen hebben een HR-ketel.
Voor de woningen in de tweede en latere fasen is een collectief leidingennet aangelegd voor verwarming met de mogelijkheid van koeling in de zomer. Op dit collectieve systeem zijn ook de kantoren aangesloten. De warmtebron is het spoelwater van het pompstation van het waterbedrijf.
Het collectief warmte- en koude leidingennet wordt door het waterbedrijf beheerd. In de woningen is voor verwarming van tapwater een individuele zonneboiler aangebracht met aardgas voor naverwarming of een warmtepompboiler met de afvoer ventilatielucht als warmtebron.

 
Zonnecellen voor electriciteit en zonnecollectoren voor verwarming en warm tapwater
Zonnecellen van amorf-silicium, dakramen voor daglicht en zonnecollectoren voor verwarming en warm tapwater
Kaswoningen

Zonne-energie voor elektriciteit

Op veel woningen zijn zonnecellen (PV) geplaatst voor het opwekken van elektriciteit. In de eerste fase was dat gedeeltelijk optioneel. Bewoners kregen de mogelijkheid om en PV installatie aan te schaffen of de beperkte PV installatie uit te breiden. Een aantal bewoners heeft hiervan gebruik gemaakt. De PV-cellen zijn in het dakvlak opgenomen. In de tweede fase zijn de daken van veel van de woningen geheel van PV-cellen voorzien (dakdekkend).



Biogas

In het oorspronkelijke plan is uitgegaan van een biogasinstallatie waarvoor het zwart water en het groente-, fruit- en tuinafval van de wijk zal worden gebruikt . Het toepassen van een biogasinstallatie is op dit moment in onderzoek. De biogasinstallatie zal in combinatie met een Living Machine op de locatie van het EVA Centrum worden gebouwd. Een Living Machine is een biologische waterzuiveringsinstallatie.



Windenergie

In de oorspronkelijke plannen van EVA-Lanxmeer is uitgegaan van één of meer kleinschalige windturbines in de wijk. Nog steeds bestaat de wens om op geschikte plaatsen kleinschalige windturbines toe te passen.

 
Living Machine
Turby-windturbine voor kleinschalige lokale energieopwekking

Water

Schoonwater (regenwater van de daken) gaat naar het waterwingebied om daar opgevangen te worden in retentievijvers en te worden aangevuld met spoelwater. Straatwater, grijs en zwart water worden van het kwetsbare waterwingebied weggeleid.

Regenwater

Het schone regenwater van de daken wordt via een gesloten systeem van buizen opgevangen in vijf retentievijvers. De retentievijvers voor het regenwater worden aangevuld met spoelwater afkomstig van het pompstation van het waterbedrijf. Spoelwater is grondwater, waarmee de filters voor het zuiveren van drinkwater dagelijks worden doorgespoeld. Het spoelwater wordt ook gebruikt als warmtebron voor de collectieve warmtepompinstallatie voor verwarmen en koelen van de woningen van de tweede en latere fasen en voor de kantoren. De grootste retentievijver met spoelwater ligt in het gebied van het waterbedrijf buiten de 1 jaarszone. Het overschot aan spoel- en regenwater van de daken stroomt door naar de grote infiltratievijver ten zuidoosten van het waterwingebied; de zogenaamde oude Lek. Deze vijver is via een overloop verbonden met de A-watergang langs de oostgrens van het gebied. Om de directe toevoer van regenwater te beperken is een aantal bergingen van een vegetatiedak voorzien. Op deze manier wordt een deel van het regenwater langer in de wijk vast gehouden met een gunstig effect op het micro-klimaat van de directe omgeving.

Straatwater

Het straatwater wordt verzameld in een systeem van ondiepe brede greppels (wadi's), waar het maximaal wordt geïnfiltreerd in de ondergrond. In verband met de weinig doorlatende grondsoort in het gebied (zavel) zal deze infiltratie beperkt zijn. Omdat straatwater min of meer verontreinigd kan zijn, wordt het straatwater weggeleid van de beschermingszones van het waterwingebied. Het overschot kan doorstromen naar de grote infiltratievijver 'de oude Lek'.

 
Regenwatervijvers
Vegetatiedak op bergingen

Grijs water

Het afvalwater van wasmachines, douches en keukens wordt via een helofytenfilter gezuiverd. Er zijn drie locaties in de periferie van het plangebied waar helofytenfilters zijn gerealiseerd:

  1. in het bedrijventerrein in het noordwesten van het plan grenzend aan de woningbouw
  2. aan de noordrand van de school Lek en Linge
  3. aan de zuidkant van het gebied dat grenst aan de provinciaalse weg
Uitgangspunten voor de locatiekeuze waren:
  1. op ruime afstand van de beschermingszones van het waterwingebied
  2. combinatie met bedrijfsbebouwing werkt wederzijds positief: vermindering toegankelijkheid van de bedrijfsbebouwing, vermindering openbaar karakter van het helofytenfilter
  3. versterking educatief karakter door locatie bij middelbare school. Het gezuiverde grijswater kan doorstromen naar de ernaast gelegen watergang

Zwart water

Het rioolwater, afkomstig van toiletten wordt benut ten behoeve van een biogasinstallatie. Tot het moment dat de biogasinstallatie is gerealiseerd wordt het zwart water op het hoofdriool aan de Parallelweg geloosd. Behalve met rioolwater wordt de biogasinstallatie ook gevoed met groente-, fruit- en tuinafval (GF en T) uit de keukens en particuliere tuinen en snoeiafval van het openbaar groen.

Huishoudwater

Gezuiverd regenwater en spoelwater (voor het spoelen van de filters van het Waterbedrijf) zou aanvankelijk als huishoudwater worden geleverd voor toiletspoeling, wasmachines en als water voor de tuin. Tijdens de uitvoering van het project is door de landelijke overheid het gebruik van huishoudwater verboden. Dit was een enorme kapitaalvernietiging omdat de leidingen voor het leveren van huishoudwater zowel in de locatie als in het overgrote deel van de woningen al waren aangebracht.

Waterbesparende voorzieningen

Om onnodig waterverbruik tegen te gaan zijn in de woningen de gebruikelijke waterbesparende voorzieningen getroffen. Zo is een waterbesparend toilet aanwezig (aangesloten op een booster) met een geringe toiletspoeling (WSS systeem; 4 literspoeling). Indien aanwezig, zijn een waterbesparende douchekop en waterbesparende kranen door de bewoners zelf aangebracht.
In ieder huis zijn twee waterleidingsystemen aangelegd, één voor drinkwater en één voor huishoudwater (niet aangesloten) en drie gescheiden afvoerleidingen, één voor regenwater, één voor grijswater en één voor zwartwater.

 
Grijswater wordt naar de randen van de locatie geleid en daar in de helofyten filters gezuiverd
Helofytenfilter aan de noordkant
Boosters voor het waterbesparend toilet

Materialen


Woningen en Kantoren

Voor de woningen is uitgegaan van een duurzaam materiaalgebruik en houtskeletbouw als belangrijkste bouwmethode. Een groot deel van de woningen voldoet hieraan. De belangrijkste kenmerken zijn:

  • Duurzame bouwmaterialen
  • Houtskeletbouw
  • Houten vloeren
  • Massieve houten vloeren 'Brettstapelbau'
  • Lariks en robinia
  • Vegetatiedak op bergingen
  • Dakgoten bekleed EPDM
  • Schilderwerk binnen met natuurverf
  • Cellulose isolatie

Bij het ontwikkelen van de kantoren is eenzelfde wensen pakket ingezet:

  • duurzame / natuurlijke bouwmaterialen
  • recyclebare bouwmaterialen
  • duurzame herbruikbare / recyclebare constructies en afwerking

Omgeving

Voor de omgeving is ingezet op:

  • Minimaliseren verhard oppervlak
  • Lavasteen voor parkeerplaatsen en wandelpaden
  • Gerecycled pvc leidingen (noodzakelijk in verband met herkenbaarheid van de vier verschillende systemen)
  • Minimaliseren aantal armaturen (door ori¥ntatie verlichting) en energiezuinige armaturen
  • Natuurlijk tuinafscheidingen
  • Klimplanten langs leiddraden op parkeerterreinen
 
» Energie » Water » Materialen
credits