
Locatie |
|
Printversie
|
Kenmerken
|
|
LandschapkwaliteitenUitgangspunt voor het ontwikkelen van het landschappelijk stedenbouwkundig plan zijn de eigenschappen en kwaliteiten van de plek, de Genius Loci. Doelstellingen van het plan zijn een integraal waterbeheer, het verbinden ecologische zone’s, integratie van landschap en architectuur, het bevorderen sociale cohesie en betrokkenheid van bewoners. De structuur van het landschappelijk stedenbouwkundig plan is voor een belangrijk deel gebaseerd op de inventarisatie van landschappelijke kwaliteiten, zoals de bodemstructuur, stroomrug, kwelvorming, de ecologische dragers in het landschap, oude waterlopen, het slagenlandschap, waardevolle beplanting (meidoornhaag en boomgaarden) en een aantal karakteristieke boerderijen. Er is gebruik gemaakt van inventarisaties door het bureau Raap naar de geo-morfologie en historie van de plek en een inventarisatie van de bestaande ecologische kwaliteiten door de Vlinderstichting. Een tweede belangrijke invloed op de ruimtelijke structuur van het
plan is de groenzonering volgens ontwerpprincipes uit de Permacultuur.
Hierbij wordt uitgegaan van 4 ruimtelijk gekoppelde groenzones. De
inrichting heeft een hoge belevingskwaliteit (diversiteit aan microklimaten
en toegankelijk) en mag door bewoners gebruikt worden voor telen van
groente en fruit (‘eetbaar landschap’). Door gebruik te maken van het ondergrondse reliëf van zandgronden en een bovenliggend kleidek, variatie in de hoogte van het grondwater (rivierkwel) en bestaande waardevolle groene dragers, krijgt het gebied een hoge potentiële ecologische waarde. Het watersysteem maakt gebruik van de afsluitende kleilaag bij buffering en van de doorlatendheid van zandlagen bij infiltratie. |
|
||||||
IntegratieDe indeling van de gehele buitenruimte is gebaseerd op het ruimtelijk zoneringprincipe uit de permacultuur. Permacultuur is een samenvoeging van permanent agriculture Het is een benaderingswijze met als doel om een leefomgeving te creëren die de diversiteit en veerkracht vertoont van natuurlijke ecosystemen. Voor de inrichting van de buitenruimte is op het schaalniveau van nieuwe woonwijken een zoneringconcept ontwikkeld. Dit concept is afgeleid van de zonering zoals die oorspronkelijk is toegepast op landbouwsystemen. In dit concept zijn 4 zones te onderscheiden. De inrichting en het beheer van deze zones is gericht op een hoge biodiversiteit, natuurlijke dynamiek en op samenhang tussen elementen, plekken en processen (ondermeer via kringlopen). De zones staan op verschillende manieren met elkaar in verband:
|
|
||||||
GroenzonesEr zijn vier groenzones in EVA-Lanxmeer. In het plan is er naar gestreefd om de verschillende groenzones zonder harde afscheidingen in elkaar over te laten gaan.Hierdoor is een samenhangend groen netwerk ontstaan van privé tuinen, gemeenschappelijk terreinen en hoven, een openbaar gebied en de stadsboerderij.
zone 1: Prive tuinen
|
|
||||||
zone 2: Mandelig terrein
|
|
||||||
zone 3: Parken
|
| ||||||
zone 4: Stadsboerderij 'Caetshage'
|
|
StedenbouwUitgangspunt voor het ontwikkelen van het landschappelijk stedenbouwkundig plan zijn de eigenschappen en kwaliteiten van de plek, de Genius Loci. Doelstellingen van het plan zijn een integraal waterbeheer, het verbinden ecologische zone’s, integratie van landschap en architectuur, het bevorderen sociale cohesie en betrokkenheid van bewoners. Bij het ontwerpen van het stedenbouwkundig plan zijn de bestaande kwaliteiten van het gebied geïntegreerd en versterkt. De polder Lanxmeer is een deel van het oude Betuwse rivierenlandschap. Door het uitgraven van een oude rivierbedding: een arm van de Lek, die hier 3000 jaar geleden heeft gestroomd, is een uniek landschap ontstaan specifiek voor Lanxmeer in gemeente Culemborg. Vooral twee uitgangspunten hebben de stedebouwkundige vormgeving bepaald.
Door openbare voorkanten en privé-achterkanten in een hofvormige ruimte te situeren, ontstaat een gebied dat noch openbaar noch privé is. Het is tegelijkertijd voor en achtertuin en daarmee een plek waarin mensen elkaar snel tegenkomen. Dit wordt versterkt door een gemeenschappelijk ontwerp en beheer van de binnenhoven. De hoven zijn het collectieve eigendom van de omwonenden. Deze opzet geldt vooral voor het plangebied met vier binnenhoven aan de noordkant van het waterwingebied. De belangrijke bouwstenen van het stedebouwkundig plan zijn: |
|
||||
|
|
||||
|
|